foto © mariean schut

Artikel van Anne-Claire Mulder
Geschikt voor gebruik in gespreks/studiegroepen.

Inleiding van het artikel
‘Zeven miljard waardigheidsbekleedsters en –bekleders bewonen de wereld’. Deze zin kwam ik een paar jaar geleden tegen in een tekst van de Zwitsers ethica en theologe Ina Praetorius. Bij het lezen van die zin kwam een kleine fontein aan beelden en associaties op gang. Ik dacht aan afbeeldingen van vrouwen en mannen die rechtop over straat gaan, aan oude mensen met gerimpelde gezichten, aan een afbeelding van een ontklede vrouw met littekens waar ooit haar borst zat, aan … Afbeeldingen dus van mensen die letterlijk haar en hun waarde en waardigheid dragen – zeven miljard individuen, onafhankelijk zelfs in opperste afhankelijkheid.
Mijn enthousiasme en gedachten over het begrip waardigheidsbekleedster wil ik in deze tekst toelichten. Ik leg allereerst een verband tussen dit begrip en de discussie over menselijke waardigheid. Vervolgens plaats ik het begrip waardigheidsbekleedster in de context van het denken over vrouwelijke subjectiviteit. Aanhakend bij Luce Irigaray’s stelling dat vrouwen een vrouwelijke voorstelling van God nodig hebben om een subject te worden – vrij, autonoom en soeverein – zal ik betogen dat (een) voorstelling(en) van God-Zij één van de voorwaarden is waaronder een vrouw ‘ik, vrouw, ben een waardigheidsbekleedster’ zal kunnen zeggen.

Artikel downloaden