Op 6 maart vierden de Groningse theologie-opleidingen Internationale Vrouwendag met lezingen over de spirituele kant van ‘typisch’ vrouwelijke bezigheden als breien, haken, dansen en tuinieren. Met een knipoog naar deze traditionele (vrouwen)taken gingen drie feministische theologen in gesprek over de spiritualiteit van deze alledaagse handelingen onder het motto ‘Spiritualiteit moet je doen’.

Dr. Mathilde van Dijk leidde het thema in: Kan dat, spiritualiteit vinden in handwerken of koken? Zeker! Ooit zei Thomas à Kempis tegen zijn novicen dat zij door handelingen steeds weer te herhalen, of het nu bidden, bijbellezen, koken of tuinieren was ze uiteindelijk de ‘juiste’ gevoelens zouden krijgen. Nu zouden we zeggen dat je door ze te doen dichter bij jezelf, bij je kernwaarden, bij God kan komen.

Toch werden juist deze huiselijke bezigheden lang gezien als ‘vrouwending’, en (dus?) als oppervlakkig. Ze zouden je afhouden van het ‘echte’ geestelijke leven. Die gedachte is door feministen sterk gekritiseerd. Zij laten zien dat oude handwerken worden gebruikt om vorm te geven aan wat iemand belangrijk vindt. Een boom inpakken met breiwerk doe je als aanklacht tegen milieuvervuiling of tegen omhakken. En al die kook- en eetgroepen die door buurthuizen en kerken worden georganiseerd maken duidelijk dat niet alleen samen eten verbindend werkt, maar juist ook het samen koken. En ook in dans drukken mensen uit wat hen beweegt, of ontdekken ze dat al dansend.

Als eerste sprak Prof. Maaike de Haardt. Zij is emerita professor voor Religie en Gender aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze doet onderzoek op het snijvlak van Religie en Gender met speciale aandacht voor religiositeit in en van het alledaagse, de stad en (beeldende) kunst.
Onder de titel: ‘Spiritualiteit van het alledaagse’ gaf zij een een dieper inzicht in wat lichaamskennis kan brengen en hoe lastig men het vindt dat serieus te nemen, want het is zintuigelijk, niet conceptueel en daarmee een tegenhanger van wat men ‘echt’ wetenschappelijk vindt. Zij bracht sor Juana de la Cruz (1651-1695) ter sprake. Van haar is de uitspraak: ‘Had Aristoteles gekookt, dan had hij meer geschreven’.
Alledaagse spiritualiteit vraagt om een bepaalde houding: zorg, aandacht, openheid en response-ability. Met de term: tender competence wordt dit mooi verwoord.

De tweede lezing was de verrassende inbreng van Dr. Anne Kjærsgaard over ‘The Knitting Church’. Ze doet onderzoek naar ‘geleefd geloof’ en ‘materiaal geloof’.
Ze vertelde over de hernieuwde waardering van het breien en wel in de setting van de Lutherse Kerk van Denemarken. Er woorden ‘doopdoeken’ (dåbsklude) gemaakt voor de dopelingen. Bij nader onderzoek wordt duidelijk dat dit niet zonder slag of stoot gaat en blijken er allerlei machtsmechanismen een rol te spelen als het gaat om welke symbolen er in de doeken moeten worden ingebreid.

Tenslotte was Dr. Riëtte Beurmanjer aan het woord over: Spiritualiteit in Bibliodans: Doen! Of toch niet?  Ze schreef er haar proefschrift over: Tango met God? Een theoretische verheldering van bibliodans als methode voor spirituele vorming.
Bibliodans is: creatief dansen naar aanleiding van teksten uit de Bijbelse traditie. Hierbij speelt de afwisseling van doen en waarnemen een belangrijke rol. Dansend verbeelden van de tekst is niet genoeg om de betekenis ervan te ontdekken. Het is ook nodig na te gaan wat dat in lichaam en gemoed oproept. Juist in de wisselwerking van doen en gewaarworden kan de betekenis van de tekst zich ontvouwen. In bibliodans oefent de danser zich in een houding van wat ‘contemplatie in actie’ wordt genoemd.

Deze ‘contemplatie in actie’ konden we meteen in praktijk brengen in de workshop Bibliodans.
Met de tekst uit het Lukasevangelie over Maria en Martha dansten we de verschillende houdingen van deze zussen en hoe we deze met elkaar in gesprek zouden kunnen laten komen.
De ontvankelijke houding van de deelneemsters voor wat zij in het dansen ervoeren en met elkaar daarover uitwisselden was ontroerend.

Een prachtige middag die iedereen goed deed!

Jasja Nottelman