Christa Anbeek Overlevingskunst. Leven met de dood van een dierbare. Uitg. Ten Have, 197 blz. Prijs: 17,90

Hoe leef je met de dood? In Nederland wordt al jaren volop gedebatteerd over het levenseinde. Het gaat dan vooral over euthanasie, de noodzaak van palliatieve zorg en een zelfgekozen dood na een voltooid leven, een debat dat vooral in medische en juridische termen wordt gevoerd. De vraag hoe je met de dood kunt leven blijft onderbelicht. Deze eenzijdigheid doorbreekt Christa Anbeek (1961), hoofddocent aan de Universiteit voor Humanistiek met haar boek. Gedreven door het verlies van haar partner, onderzoekt ze wat diverse levensbeschouwelijke en literaire stromingen te bieden hebben voor iemand die worstelt met het verlies van een dierbare.Van de existentiële psychotherapie van de Amerikaanse psychiater Irvin Yalom naar de klassieke levenskunst. Ook vraagt Anbeek zich af of er zoiets bestaat als een vrouwelijke benadering van de tragiek van het bestaan, van dood en eindigheid? Zorgvuldig onderzoekt ze het werk van de auteurs Enquist, Hemmerechts en De Martelaere. Is dood misschien minder dood dan we dachten, zoals de cardioloog Pim van Lommel in zijn spraakmakende boek Eindeloos bewustzijn suggereert? Bestaat er een niet-cerebraal bewustzijn? De bewijslast van de sceptici tegen de stelling van Van Lommel weegt zwaar, concludeert ze.
Opnieuw verdiept Anbeek zich in de lering van de zenmeesters, die zo belangrijk was in haar relatie met haar uit het leven gerukte partner. En als ze in haar boek terugkeert in de westerse wereld confronteert ze de bewondering voor de natuur van Franciscus van Assisi met die van Richard Dawkins.
Christa Anbeek heeft haar boek geschreven als een brief aan haar in Zwitserland wonende dochter Roos. Dat is meer dan een stijlfiguur, zoals de slotregels duidelijk maken: ‘Mijn drang om iets neer te zetten tegenover de dood heeft in de eerste plaats jou tot gevolg gehad. Een onbezonnen keuze, maar de beste keuze ooit. Als postscript krijg je nu deze brief, zodat je weet dat je met de dood niet hoeft te kunnen leven. Leven is genoeg.’