Op zaterdag 13 september was het bestuur van de Vrouwensynode op uitgenodiging bij de Nationale Vredesdag van de Religieuzen in Den Bosch.
Bij aankomst werden we hartelijk ontvangen, was er gelegenheid ons tafeltje in te richten en konden we een praatje maken met de andere aanwezigen en de binnenstromende bezoekers. De reacties van de bezoekers waren verrassend uiteenlopend: sommigen bleken ons al lang te kennen en te steunen, terwijl anderen nog nooit van ons gehoord hadden. Deze mix leverde gedurende de hele dag mooie en inspirerende gesprekken op.

Het thema van de dag, ‘Delen om te leven’, fungeerde als een rode draad in het programma, dat begon met een lezing van dr. Anne-Claire Mulder. Haar lezing, met als titel ‘Geroepen om te delen, opdat wij bloeien,’ werd twee keer onderbroken zodat de toehoorders met elkaar stil konden staan bij vraagstukken omtrent bijvoorbeeld de voor- en nadelen van het algemeen basisinkomen voor iedereen. Dit concept bracht een mooie dynamiek in de lezing!
Na de lunch was het woord aan Trudy Schevelier, die vanuit persoonlijke ervaring vertelde over het thema. Haar verhaal, dat ze aanvulde met stellingen over o.a. de maakbaarheid van geluk, gaf voldoende stof tot discussie en nadenken, waardoor een geanimeerd gesprek in de zaal ontstond.
Al met al was deze 26e Vredesdag van de KNR een inspirerende en geslaagde dag waar we als Vrouwensynode graag aanwezig geweest zijn.

Uit de lezing van Anne-Claire Mulder selecteerden de zusters jmj op hun website de volgende fragmenten.

Over delen:
“In eerste instantie denk ik aan geld, maar dat is eenzijdig. Het gaat ook om gedachten, kennis, ruimte, het leven. Er bestaan verschillende manieren van delen: kennis delen is vermenigvuldigen, terwijl als je je goederen deelt houd jezelf minder over. Waarom ‘delen’? Delen is geen doel op zich. Delen opdat we bloeien. Bloei veronderstelt leven, maar het gaat verder. Het gaat niet om overleven, het is het realiseren van ieders mogelijkheden. Het delen moet gericht zijn op het goede leven voor allen. Het is een complex thema. De directe aanleiding vormen de grote veranderingen in het zorgstelsel, die breken met het solidariteitsprincipe. Van ‘delen’ lijkt geen sprake. Het idee van delen inspireert onze politici niet erg. Het stelsel van onderlinge solidariteit, waarin middelen worden verdeeld opdat iedereen kan leven, verdwijnt. De regering ‘verkoopt’ dit als een wegtrekken uit een samenleving waarin de overheid de mensen klein houdt door ze te verzorgen. In plaats daarvan stelt de overheid ‘de participatiesamenleving.’ Het lijkt een prachtig idee. Echter: de overgang gaat gepaard met grote bezuinigingen. Van de mooie idealen blijft weinig over.”

Over afhankelijkheid (zo’n woord dat meerderen onder ons schrik inboezemt – zusters jmj):
“Afhankelijkheid hoort bij het mens zijn. Mensen zijn afhankelijk van water en lucht, van voedsel – en dus van aarde, en natuurlijk van andere mensen; – je bent afhankelijk van de producten die een ander gemaakt heeft, van de grondstoffen die een ander voor jou uit de grond haalt, of oogst. Je bent bovendien afhankelijk van de zorg van een ander, als baby, maar ook als je hulpbehoevend bent of bent geworden. Die afhankelijkheid heeft te maken met het feit dat je naakt ter wereld kwam en zorg van een ander nodig had om te groeien. Zonder die zorg van anderen aan het begin van je leven zou je verhongerd en verdorst zijn of van kou zijn omgekomen.
Vanuit dit perspectief is de uitspraak dat iemand een self-made man of vrouw is  lachwekkend, en in ieder geval een ontkenning van die basale afhankelijkheid van allen.
Je kunt deze afhankelijkheid ook met een ander begrip onder woorden brengen: Nooddruft of  behoeftigheid. Mensen zijn behoeftige wezens, ze hebben behoefte aan middelen om in leven te blijven en aan anderen om hen heen, die zich om hen bekommeren, die met hen in relatie treden.
Zowel het woord afhankelijkheid als het woord nooddruftig brengen aan het licht dat de mens een relationeel wezen is. Vanaf het allereerste begin in de baarmoeder is het in relatie met een ander. Als ik het dus over ‘zelf’ of ‘eigen’ heb, dan denk ik dus aan een ‘zelf’ of ‘eigen’ – in relatie. In onze samenleving worden deze nooddruftigheid en deze afhankelijkheid het liefst ontkend, of in ieder geval als iets zwaks gezien, als iets dat eigenlijk afgewezen moet worden.”