Op 17 oktober was in Nijmegen het uitverkochte congres Maria – ZIJkant van God. Joanne Seldenrath ging namens de Vrouwensynode en doet verslag.

‘Dit is iets voor mij, ik heb me meteen aangemeld toen ik de aankondiging zag’, zegt de vrouw naast mij op het congres ‘Maria – Zijkant van God’. Op 17 oktober zitten bijna honderd mensen in de zaal van het Titus Brandsma Memorial in Nijmegen. Meer mensen hebben zo snel gereageerd – vrouwen, mannen, religieuzen, leken, ouderen en ook een paar jongeren – want ‘ik heb wat met Maria’ of, zoals een mannelijke bezoeker zegt: ‘Mijn tweede naam is Maria en nu is zij aan de beurt’.

Er waren te veel aanmeldingen, zegt marist Ton Bun die het congres opent, maar uiteindelijk is er toch voor iedereen een plaatsje.

Samen met montfortaan Peter Denneman en karmeliet Sanny Bruijns heeft hij dit congres georganiseerd, om vanuit vrouwelijk perspectief naar God te kijken, om in Maria goddelijke werking te bespeuren. Er zijn twee lezingen, vijf workshops, een slotviering en – vooraf – liederen zingen uit de rijke Mariatraditie, begeleid door Ad de Keyzer.

Geaardheid van Maria

De eerste inleider, Wiel Logister, laat een Mariabeeldje zien dat voor hem verbondenheid met de aarde betekent, met Abraham, Jakob en Jezus, dat verwijst naar Maria’s geaardheid. Het kleine zwarte, wat vierkante beeldje van een vrouw met een doek op haar hoofd heeft hij gevonden in een winkeltje in Sao Paolo. Op zoek naar die aardsheid van Maria begint hij bij het feest van de onbevlekte ontvangenis dat alles te maken heeft met de dominante leer van de erfzonde. Maar naast Maria als beeld voor innerlijke vroomheid kent de traditie Maria als de vrouw die haar voet zet op de slang. Sinds Vaticanum II is daar aandacht bijgekomen voor de weg van Maria, verbonden met alle mensen, in nakomelingschap van Adam. Zij volgt Jezus omdat hij messiaanse allure heeft en ze staat midden in de wereld.
De lezingen voor het feest van de onbevlekte ontvangenis, 8 december, geven dat kader al aan. De mens is niet zonder hoop vanwege de woorden over de vrouw en de slang (Gen. 3), krijgt oog voor het perspectief van Jezus (Ef. 1) en mag als Maria vragen stellen (Luk. 1; annunciatie). Conflictgesprekken met God en twijfel horen immers bij het mens-zijn. Door woestijnervaring en verleiding heen verdiept zich Maria’s geloof. Wanneer Maria getuige is van de kruisiging van Jezus, is dat een gevolg van haar ‘fiat’ in Lukas 1. Ook zij deelt in Jezus’ Godsverlatenheid uit Ps 22 maar daaronder is er vertrouwen.   
In Jesaja 7 wordt de jonge vrouw die zwanger wordt, die voor een klein kind moet zorgen, geplaatst  tegenover de pracht en praal van de koning. Voor profeten in Israël staat geloven haaks op leven vanuit een machtspositie. Gelovig leven is dienstbaar zijn als God zelf, een helpster worden, een rots in de branding die tot navolging uitdaagt. Volgens het Jakobusevangelie leefde Maria als kind al op die manier. Op grond daarvan maakt Jezus haar verantwoordelijk, als een maagd – in de betekenis die Eckhart daaraan geeft – als een mens die ruimte heeft om te ontvangen. Maria zoekt God in de nabijheid van mensen die worstelen met lot en bestemming.
Ten slotte kijkt Wiel Logister naar de pelgrimsplaatsen van Maria. Ook daar gaat het om Maria’s positieve nabijheid in het moeizame leven van arme en zieke mensen. Bidden maakt het verlangen sterker om, hoe breekbaar en broos een mens ook is, te leven als Maria. De verschijningen van Maria in Lourdes en Fatima gaan samen met het protest tegen de protserigheid van de rijken èn met de weg van mensen naar vrede en saamhorigheid.

Zeven tweeluiken
Geïnspireerd door de Pelgrimsdeur van OLV van Amersfoort, gemaakt door Eric Claus en geplaatst in 2014, toont de tweede inleider, Sanny Bruijns, zeven tweeluiken met voorstellingen van Maria, waarbij steeds de ene Maria een vreugde verbeeldt, en de andere een smart. En passant vertelt ze over de verschuivingen van het eerste naar het tweede millennium en de verbondenheid tussen een bepaalde congregatie en een bepaalde Mariavoorstelling. Het zijn Maria’s uit de tijd van de catacomben, toen Maria altijd samen met Jezus werd afgebeeld, uit de middeleeuwen en de barok, uit de oosterse tradities en uit Latijns-Amerika, de Eleousa (Maria wang aan wang met Jezus) en de Hodegetria (Maria die op Jezus wijst, o.a. de zwarte Madonna van Czestochowa), als teken van God (Maria openbaart wat in haar hart is), Maria op de zetel der wijsheid (de troon van Jezus’ voorvader Salomo), Maria als moeder van smarten, en tot slot als pelgrim.
Sanny Bruijns eindigt daarom weer bij die Pelgrimsdeur uit Amersfoort. De twee deuren die samen Maria’s mantel voorstellen, herinneren aan de gaven van de pelgrims waardoor de toren kon worden gebouwd, vertellen in kleine reliëfs over de zeven smarten en de zeven vreugden en laten in de zoom de vluchtelingen uit België zien die tijdens WO I in Amersfoort werden opgevangen… en de vluchtelingen uit onze tijd… Maria is een deur tot de kerk, ze geeft toegang tot een ruimte waar vreugde en verdriet gedeeld worden, waar bescherming is in tijden van nood.

Menselijke vragen, goddelijk geheim
In zijn workshop noemt bisschop Polycarpus Egin Aydin de drie tradities in het christendom: er is het Romeinse westen, het Byzantijnse oosten en de traditie van de Arameestalige en Perzische bevolking, verbonden met Edessa in Oost-Turkije.
Kenmerkend voor deze traditie is dat poëzie centraal staat. Izaäk van Antiochië schreef zijn theologische commentaren in de vorm van hymnen. Liturgie is een bron van theologie en spiritualiteit. Symboliek en paradoxen worden gebruikt om de mysteries begrijpelijk te maken – wanneer gelovigen de hymnen zingen, zijn ze met de mysteries verbonden.
Een tweede kenmerk is dat de feesten met de agrarische cyclus verbonden zijn: het zaaien, het oogsten van het koren en de druivenoogst op 15 augustus (Maria-Tenhemelopneming). Het dagelijks leven en de liturgie vallen samen: de korenaren en de druiven vormen de basis voor de eucharistieviering.
Als derde noemt de bisschop de sugyatha: dialooggedichten uit de Sumerische en Akkadische traditie. Deze bevatten een inleiding, een discussie en een lofprijzing (doxologie). In het Lukasevangelie staan ternauwernood vragen bij de ontmoeting tussen Maria en de engel Gabriel, maar in de dialooggedichten stelt Maria juist veel vragen, in tegenstelling tot Eva die zonder nadenken de slang gehoorzaamt. Pas als de engel de Heilige Geest noemt, vertrouwt Maria het. Door de vragen van Maria denken de gelovigen over hun eigen vragen na; de gezongen doxologie brengt dit proces weer tot rust. Deze gedichten inspireren tot herlezen van de Bijbelse verhalen, tot evenals Maria maar dan in spirituele betekenis God geboren laten worden en tot leven in navolging van Christus.  

Als zij u heeft gedragen
is het omdat u, machtige berg,
uzelf lichter had gemaakt;
Als zij u heeft gevoed
is het omdat u
honger op u nam;
Als zij u haar borst gegeven heeft
is het omdat u
dorstig wilde zijn;
Als zij u heeft gekoesterd
is het omdat u, vurige kolen van barmhartigheid,
haar boezem heeft beschermd…
Uit een Syrische kersthymne

Omvattende krans
Erik Borgman wil in zijn workshop de bijzondere èn gewone eigenschappen laten zien van de rozenkrans. Bijzonder omdat deze vorm van vroomheid niet om uitleg vraagt en meegedragen wordt door het leven heen; gewoon omdat iedereen het kan.
In veel Franse kerken hangt de voorstelling dat Dominicus, soms samen met Catharina van Siena, de rozenkrans ontvangt van Maria. En inderdaad is er een verbinding met de bedelorden. Bij de monniken op het platteland was de abdij het spirituele centrum, afspiegeling van de stad Gods. Erbuiten was woestenij die ontgonnen werd. Voor de bedelorden was het heilige overal, ook in de stad. Terwijl (gebeden)boeken duur waren en vaak in het Latijn, was de rozenkrans een extreem draagbare en zichtbare vorm van gebed. Het werd het lekenpsalter genoemd: de 150 kralen staan voor de psalmen. Ten slotte is de rozenkrans een omvattende vorm: het kan van alles betekenen, het kan een kader geven aan de wereld om je heen en soms aan jezelf.  
Wat heeft Maria met de rozenkrans te maken? Maria reageerde zoals wij zouden moeten reageren, door te verkondigen, te treuren als Jezus sterft, te verwachten en door ons te representeren: zij wordt als eerste van alle gelovigen gekroond. De rol van Maria lijkt klein in de Geheimen van het Licht, die Johannes Paulus II heeft toegevoegd, maar uiteindelijk gaat het erom dat we naar het leven van Jezus kijken als Maria.
Kan deze tijd nog iets met die fysieke nabijheid van de rozenkrans? Omdat deze vorm van contemplatie overal mee genomen kan worden, van keuken tot vliegtuig, is het een hele democratische vorm. Maar de volgorde van de rozenkrans is ‘eerst doen en dan pas zijn’. Door een rozenkrans laat iemand zien wat of wie die echt is – zonder meteen te denken, uit te leggen, te begrijpen…

In de kerk sluiten we het congres af met een viering, met gebeden tot Maria in vele talen en vele vormen. Op weg naar huis vraag ik me af of ik als protestant ‘iets heb’ met Maria. Maar na dit congres begrijp ik wel: Maria is van ons allemaal.