Gender en religie is misschien wel het meest controversiële topic in de diplomatie, zegt Lambert Grijns. Als ambassadeur voor Seksuele Reproductieve Gezondheid en Rechten en hiv/aids opent hij een themabijeenkomst in het Ministerie van Buitenlandse Zaken over Gender en Religie (7 oktober j.l.). Het onderwerp is gekozen om diplomaten uit het seculiere Nederland te leren dat de strategie van degenen met wie ze in het buitenland in gesprek gaan altijd ook religieus is. Een puur seculier gesprek willen voeren over gendergelijkheid is daarom zinloos.

Spreeksters zijn Esther Mombo, Keniaans theologe aan de Universiteit van Limuru en lid van de Circle of Concerned African Women Theologians, en Anne Dijk, moslim theologe, gespecialiseerd in seksualiteit en gender.

Esther Mombo benadrukt ook dat religie niet genegeerd kan worden of geïsoleerd van het echte leven. Dat gendergelijkheid in het publieke domein te regelen zou zijn is een misvatting. Religie en cultuur vormen een complex systeem dat gender(on)gelijkheid versterkt. Zowel de traditionele Afrikaanse religies als het traditionele christendom en de traditionele islam ondersteunen patriarchaat. Het christendom dacht de Afrikaanse vrouwen te redden van de ongelijkheid in de traditionele religies, maar onderkende de genderongelijkheid in de eigen ideeën niet. En nog steeds worden religieuze ideeën gebruikt om ongelijkheid – met name waar het gaat om leiderschap – te rechtvaardigen.

Vrouwen in Afrika zijn de uitdaging aangegaan door de bijbel zelf te gaan interpreteren en te laten zien dat christendom genderongelijkheid niet rechtvaardigt. De bijbel wordt in Afrika geraadpleegd om vele redenen. Vrouwen stellen nu de vraag wat het evangelie, het goede nieuws, werkelijk is. Ze onderzoeken teksten en interpretaties op invloed van cultuur, van Europa, van patriarchaat. Ze ontdekken bevrijdende teksten. Op de academie gaat het om ontwikkelen van methodologie, kritiek en tekstinterpretatie. Vanuit de academie worden vrouwen in de gemeenschap onderwezen en aangespoord de bijbel zelfstandig te gaan lezen.

In het proces is ook veel aandacht voor het meenemen van mannen in het gesprek hierover: “zoals één boom geen bos maakt, maakt één gender geen mensheid.” Bovendien is steun van mannelijke leiders cruciaal voor effectieve veranderingen.

In de discussie worden ideeën over gendergelijkheid vaak afgedaan als kolonialisme: ze komen uit het witte noorden dat het zwarte zuiden de eigen normen en waarden wil opleggen. Door zelf de bijbel te interpreteren vanuit hun eigen situatie laten Afrikaanse vrouwen zien dat het om henzelf gaat. Tegelijkertijd moeten westerse mensen zich realiseren dat dit de enige weg is: lokaal, via de mensen zelf, met hun eigen inzichten en prioriteiten. Ondersteuning kun je vooral bieden door scholing te bevorderen.

Anne Dijk wijst op parallellen tussen islam en christendom in de strategie tegen genderongelijkheid: zoals opnieuw interpreteren van koranteksten en ook het meenemen van mannen in het proces. Ze geeft tips aan de diplomaten die veranderingsprocessen willen ondersteunen, zoals: werk vanuit een sterk lokaal netwerk; pas op dat gebrek aan vertrouwen in jou als vreemde het proces niet ondermijnt; zet liever in op lange termijn engagement dan op snelle resultaten; verdiep je in de lokale cultuur en tradities; wees niet bang voor de religieuze invalshoek maar maak er pragmatisch gebruik van.

In het vragenrondje komt het tot een conclusie: Terecht wordt aan diplomaten in den vreemde de vraag gesteld: “Wie ben jij dat je ons vertelt wat we moeten doen? Wil je ons veranderen in jou? We kunnen onze eigen zaken regelen.” Dus zet in op onderwijs voor vrouwen. Stel niet de vragen voor hen, maar geef ze gelegenheid te leren zelf vragen te stellen. En is dat niet hoe alle emancipatie eigenlijk hoort te gebeuren?

Op de foto Esther Mombo
Verslag van Arine Benschop