Op 3 juli is Froukje Pitstra gepromoveerd op een proefschrift over Anne Zernike, de eerste predikante van Nederland. Op basis van het proefschrift verschijnt in september het boek Ontelbare enkelvouden. ‘Veel mensen gaan er vanuit dat de discussie over de toelating van vrouwen tot het ambt werd gevoerd met religieuze argumenten, over het gebod dat vrouwen niet mogen spreken in een gemeente’, zegt Pitstra. ‘In orthodoxe kringen is dat ook zeker een belangrijk argument, want in de bijbel staat dat een vrouw moet zwijgen in de gemeente. Maar de eerste discussies over de toelating van vrouwen tot het ambt speelden vooral bij de vrijzinnigen. Daarbij werden geen religieuze argumenten aangehaald, maar werd vooral met argusogen gekeken naar de psyche van de vrouw. Die zou volgens tegenstanders tekort schieten voor het predikambt.’

Vrouwen emotioneler
De discussie over wel of geen vrouwen op de kansel viel samen met de opkomst van de psychologie. De Groningse hoogleraar Gerard Heymans, één van de grondleggers van de psychologie in Nederland, deed destijds baanbrekend onderzoek naar de verschillen tussen mannen en vrouwen. Pitstra: ‘Volgens Heymans waren vrouwen emotioneler dan mannen. In principe hadden ze dezelfde capaciteiten, maar hun belangstellingsrichting was anders geaard, schreef hij. Zijn opvattingen werden in de steeds opnieuw oplaaiende discussie vooral gebruikt door de tegenstanders van vrouwelijke predikanten.’
De vrouw zou te emotioneel zijn om een gemeente te kunnen leiden, haar denkende geest zou instabiel zijn, haar natuur onjuridisch. Andere argumenten waren haar drang om altijd gelijk te krijgen en haar onvermogen om abstract of logisch te redeneren. De discussie over de toelating van vrouwen tot het ambt ontstond al in 1898, dertien jaar voordat Anne Zernike als 24-jarige voor haar eigen gemeente op de preekstoel stond. ‘Zij heeft die discussie als puber van dichtbij meegekregen, het heeft haar gevormd’, aldus Pitstra.

Doorbraak
In 1909 kon Zernike zich laten inschrijven bij het Doopsgezind Seminarie, nadat ze zich in de Doopsgezinde Broederschap had laten dopen. Met haar ouders bezocht ze de veel vrijzinnigere Vrije Gemeente. Daar stonden vrouwen zoals haar godsdienstlerares Jacoba Mossel regelmatig op de kansel, hoewel ze niet officieel predikante mochten worden. Dat kon pas toen de Doopsgezinde Broederschap het ambt voor vrouwen openstelde.
Pitstra: ‘Om te voorkomen dat de autonome doopsgezinde gemeenten (elke gemeente in Nederland is volkomen vrij in zijn keuzes) massaal vrouwelijke lekenprekers op de kansel zou toelaten, besloot men het seminarie ook open te stellen voor vrouwen. Zo zouden de vrouwelijke predikanten in elk geval goed opgeleid zijn.’

Krijsend stemgeluid
Toch bleef de discussie voortduren. Ook toen Zernike in 1911 aantrad als predikant. Pitstra: ‘Je zou verwachten dat haar tegenstanders Zernike vooral om de oren sloegen met religieuze motieven, maar ook toen werd er weer vooral over de natuur van de vrouw geschreven. In de kranten bemoeide iedereen zich er mee: de ‘halfbakken zwarte japonnetjes’ van de voorganger gingen over de tafel en ook het stemgeluid van vrouwen werd uitvoering bediscussieerd. Een vrouw die haar stem verheft, zou dat niet leiden tot gekrijs? Er kon maar beter worden gezocht naar een mooie alt.’

Noodgrepen
Volgens Zernike waren al deze argumenten noodgrepen, toegepast om tradities te beschermen. Pitstra: ‘Zernike reageerde doorgaans heel wetenschappelijk door te stellen dat zij dé man en dé vrouw niet kende. En dat er net zoals er mannen zijn die niet geschikt zijn voor dit vak, er ook vrouwen zijn die er niet geschikt voor zijn. Ze wilde niet beoordeeld worden op haar vrouw-zijn.’
Overigens bleek al snel dat Zernike een uitstekend predikante was. Ze had een heldere, krachtige stem en haar preken waren ‘waarlijk stichtend’, schreef een journalist die ‘ademloos’ naar haar had geluisterd. Toch konden Zernike’s bejubelde optredens niet direct iedereen overtuigen. Het duurde nog zes jaar voordat zij vrouwelijke collega’s kreeg.

Curriculum Vitae
Froukje Pitstra (Drogeham, 1977) studeerde Geschiedenis (bachelor), Geestelijke Verzorging (master) en Godgeleerdheid & Godsdienstwetenschap (research master). Ze is 3 juli 2014 gepromoveerd bij de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen op een biografie over dr. Anne Mankes-Zernike. Ze is Universitair Docent historisch onderzoek en De geschiedenis van (goed) ouder worden aan de universiteit voor humanistiek in Utrecht.

Met toestemming van de auteur overgenomen van www.rug.nl