foto © mariean schut

Artikel van Anne-Claire Mulder
Geschikt voor gebruik in gespreks/studiegroepen.

Fragment uit het artikel
Stel iemand ontmoet een ander, dan neemt hij of zij die ander waar: de ‘ik’ ziet, hoort, ruikt die ander – allemaal zintuiglijke impressies. Dit betekent dat het waarnemen van de ander degene die waarneemt raakt, dat deze aangeraakt wordt door de ander. Die aanraking door de ander, of beter dit aangeraakt worden door de waarneming van de ander, roept een reactie op. Deze reacties kunnen uiteenlopen van ingetogen tot exuberant, van afwijzing tot enthousiasme. Zou men al die emoties of reacties analyseren, dan zou men waarschijnlijk ontdekken dat er steeds een moment – hoe vluchtig ook – van verwondering of van onderbreking bij zat: een onderbreking in het benaderen van de ander, of dat nu een letterlijke of figuurlijke nadering is. De toenadering tot de ander wordt dus onderbroken, omdat ‘de ‘ik bevreemd wordt door de ander, omdat deze zich verbaast over de ander, omdat ze de ‘ik’ verrast, hij de ‘ik’ als wonderlijk voorkomt – als een wonder misschien? Al die woorden samen – bevreemding, verbazing, verrassing, wonderlijk, wonder – omschrijven wat de verwondering of het zich verwonderen inhoudt en ze geven aan waardoor iemand verwonderd wordt, namelijk door ‘het andere’, het ‘vreemde’, ‘het verrassende’ van de ander, door het verschil.

Artikel downloaden