Een dag over Onze Voormoeders. Vrouwenverhalen in jodendom, christendom en islam. Bestuurslid Arine Benschop was aanwezig en schreef een verslag.

“Vol van verwachting het huis uit gegaan, de tocht ondernomen, wel gekomen”. Met dit lied starten we met een kleine twintig vrouwen in het Graalhuis de bijeenkomst “Wie redde Mozes uit de Nijl?”. De graalbeweging is op zondag 16 november 2014 onze gastvrouw en geeft een platform aan de VrouwenTrialoog, de landelijke kerngroep die vrouwen uit jodendom, christendom en islam stimuleert om wederkerig te leren over de eigen traditie en die van de ander (trialoog).

Vandaag zoeken we naar gezamenlijke Voormoeders in onze tradities.

In christelijke, islamitische en joodse bronnen lezen we over de vrouwen rond de jonge Mozes, verhalen die in de onderscheiden tradities verschillen vertonen, maar ook grote overeenkomsten: het gaat over vrouwen die creatief verzet pleegden tegen onrecht en doodsdreiging en die onderling solidair waren over de grenzen van haar cultuur en religieuze overtuigingen heen.

De taken zijn verdeeld: Herrianne Allewijn spreekt vanuit de christelijke traditie over de vroedvrouwen Sifra en Pua, Marijke Farhat Khan-Poos vertelt vanuit islamitische invalshoek over de vrouw van de farao, die in de Koran een vergelijkbare rol speelt als de dochter van farao in de Hebreeuwse Bijbel, en Marylan Hage-Storck laat zien hoe de joodse traditie spreekt over Mirjam en over de dochter van de farao. Annego Hogebrink is gespreksleidster.

Wat me opvalt: Alle vrouwen in de verhalen hebben namen, zo niet in de grondtekst, dan hebben ze in de overlevering wel een naam gekregen. De vroedvrouwen Sifra en Pua; Jochebed, de moeder van Mozes; Mirjam, zijn zus; Asiya, de vrouw van farao; Batya, de dochter van farao. Geen naamloze vrouwen hier – zoals heel vaak wel –  het verhaal drááit om vrouwen in alle drie de tradities.

Sifra en Pua pleegden burgerlijke ongehoorzaamheid. Ze weigerden de opdracht van de farao uit te voeren om alle pasgeboren Hebreeuwse jongetjes te doden. Herrianne geeft voorbeelden van interpretaties uit de christelijke traditie. Zo vond Origenes dat het verhaal bedoeld is om te laten zien dat een leugen om bestwil toegestaan is. De Woman’s Bible (uit 1895/1898) vindt dat een te symbolische uitleg: het gaat om een dappere daad van verzet in uiterst gevaarlijke omstandigheden, maak er dus niets minder van. Opvallend is dat kinderbijbels deze dappere vrouwen bijna altijd overslaan. De focus ligt uiteindelijk bij de geboorte van de zoon Mozes. Een heel mooie, roldoorbrekende uitzondering is te vinden in de Groeibijbel.

Farhat geeft onze de verzen uit de Koran waarin het gaat over de moeder van Mozes en de vrouw van de farao. In de Qisas (de verhalen over de profeten) speelt de laatste, die daar de naam Asiya heeft, een grote rol. Ze riskeert haar eigen leven door met de farao in discussie te gaan, zowel over Mozes als over farao’s onrechtvaardigheid en ongeloof in het algemeen. Uiteindelijk bekoopt ze dit met de marteldood. Ze is een voorbeeld van sabr, geduld, in de zin van volharding en uithoudingsvermogen. Tip van Farhat: het boek Vorstinnen, verleidsters en vriendinnen van God van Martha Frederiks over vrouwen die zowel in de Koran als in de Bijbel voorkomen.

Zoals over de hele Thora wordt over het verhaal van de vrouwen rond Mozes in de joodse traditie uitgebreid gediscussieerd. Het gaat om lernen: permanent leren, steeds in gesprek blijven over teksten. Alles in het verhaal wat de tekst open laat, geeft ruimte voor nieuwe interpretatie en verder bouwen aan de mondelinge overlevering. Marylan geeft voorbeelden van bronnen waarin naar extra informatie wordt gezocht: soortgelijke verhalen uit andere culturen, archeologie, en bijvoorbeeld het werk van Flavius Josephus waarin de dochter van de farao de naam Thermutis krijgt. De laatste heet in de joodse geschriften Batya, dochter van God, omdat ze Mozes redde. In moderne commentaren leggen vrouwelijke rabbijnen de focus op vrouwelijke bronnen. Om recht te doen aan haar grote rol wordt er op Seideravond naast het gebruikelijke volle glas wijn voor de profeet Elia een glas water voor de profetes Mirjam klaargezet en wordt er ter ere van haar gedanst.

Na de lunch laat Diklah Zohar ons fragmenten zien uit een verfilming van het verhaal: Prince of Egypt. Een heel mooie animatiefilm, waarin je je makkelijk laat meeslepen, maar die wat mij betreft de rol van de vrouwen te passief maakt. Zoals Marylan opmerkte kun je uit de oorspronkelijke teksten niet opmaken of Jochebed en Mirjam een vooropgezet plan hadden toen ze Mozes in het mandje in de Nijl zetten. Daar laat de tekst ruimte voor (mijn) interpretatie: Jochebed wist vast dat de dochter van de farao daar op die tijd gewoonlijk baadde – zonder plan zet je je baby toch niet in een rieten mandje in de Nijl? En ze waagde het te rekenen op het mededogen van deze vrouw van een ander volk, een andere klasse, met een andere godsdienst. Ze had zelfs al bedacht hoe ze Mozes toch zelf weer zou kunnen zogen. En Batya? Die doorzag wat er gebeurde zodra Mirjam verscheen en koos ervoor om solidair te zijn en een relatie met hen aan te gaan over sociale en religieuze grenzen heen.

In de film wordt gezongen:

Wonderen bestaan, als je gelooft.
Al is hoop broos, het dooft niet makkelijk.
Wie weet welke wonderen je tot stand kunt brengen
als je gelooft…

Wie redde Mozes uit de Nijl? Wat redde Mozes uit de Nijl? Mijn antwoord is: het creatieve verzet, de solidariteit en het geloof dat het anders kan van Sifra en Pua, van Jochebed en Mirjam, van Asiya en Batya. Zij brachten wonderen tot stand en inspireren ons om dat ook te doen.

De bijeenkomst in het Graalhuis was een pilot. Het is de bedoeling dit programma ook op andere plaatsen in het land aan te bieden. Dit geldt ook voor drie bijeenkomsten van elk een dagdeel over Eva/Chawa, Hagar en Sarah, Zuleikah/Selika/de vrouw van Potifar. Inlichtingen bij Annego Hogebrink: ahogebrink@hetnet.nl. Zie ook de website www.hagar-sarah.nl.