foto © mariean schut

Artikel van Anne-Claire Mulder
Geschikt voor gebruik in gespreks/studiegroepen

Uit het artikel
Feministische theologen hebben nieuwe invullingen gegeven aan de verhouding tussen God en mens, transcendent en immanent, heilig en alledaags. Kenmerkend voor deze invullingen is de waardering van het concrete, materiële, weerbarstige, beweeglijke, alledaagse, lichamelijke; de aandacht voor het zintuiglijke en de aanraking en vooral voor het relationele. Dit hangt samen met een spiritualiteit die God en het goddelijke ervaart in het nabije en lichamelijke en daarom begint bij het lichaam in haar theologiseren.
… God niet als een persoon in de hemel, maar […] als de kracht-in-relatie die tussen en onder ons aanwezig is. Deze kracht woont dus niet in één van ons, niemand heeft deze kracht in bezit, ze overstijgt het menselijke. Je zou deze kracht kunnen benoemen als een onzichtbare derde in relaties, als de kracht die aanzet om het goede te doen en op die manier god te doen. (Carter Heyward)
De kracht van dit Godsbeeld is dat het een voorstelling van God presenteert die heel lichamelijk, radicaal immanent is – kracht-in-relatie is zintuiglijk waarneembaar, voelbaar in het vlees als een aanraking – terwijl ook belangrijke kenmerken van de geest en de Geest bewaard zijn gebleven. Deze kracht onttrekt zich immers aan onze greep, ze overstijgt ons, is onzienlijke en on-eindig. Daarnaast is het ook een aantrekkelijk beeld omdat het (grammaticaal gesproken) noch mannelijk, noch vrouwelijk is. Het sluit ten slotte aan bij de bijbels-theologische opdracht om de naaste lief te hebben, en bij de gedachte dat je in de liefde voor de naaste God lief hebt.

Artikel downloaden