Achtergrondinfo

meer informatie over vrouwen/economie/duurzaamheid:

nieuwe artikelen (15 januari)

uit de papieren Nieuwsbrief van de Vrouwensynode:

Arme vrouwen ontmoeten politici - verslag van Trees van Montfoort
De toekomst die wij willen - verslag van Marjolein Tiemens-Hulscher
Wijvenhuishouding - column van Agnes Grond
Onze olie ligt onder hun zand - uit een lezing van Greetje Witte-Rang
De prijs van een menswaardig leven - artikel van Anne-Marieke Koot
Vrouweneconomie, ontwikkelingen in het denken van Ina Praetorius - artikel van Martina Heinrichs
Zorg is liefde - column van Agnes Grond

feministische theologie broodnodig

Fragmenten uit de lezing die Anneleen Decoene hield bij de viering van 35 jaar Vrouw en Geloof België, op 22 juni in Leuven. (Ook als pdf op te vragen. Klik hier.)

Hoe moet je leven? Hoe moet je leven in een maatschappij waarin begrotingstekorten worden weggewerkt met GASboetes, waarin tien procent van de Belgische bevolking vijftig procent van de rijkdom bezit, waarin steeds meer vrouwen door het glazen plafond breken en tezelfdertijd armoede vervrouwelijkt, waarin onder het mom van ‘neutraliteit’ bevolkingsgroepen geviseerd en gediscrimineerd worden, waarin oudere mensen steeds langer moeten werken op het moment dat de jongerenwerkloosheid hoge toppen scheert, waarin banken gered worden, iedereen en alles moet besparen maar grote multinationals geen belastingen betalen, waarin de mythe wijd verspreid is dat wie hard werkt, succesvol slaagt en wie tussen de mazen van het net valt, dat aan zichzelf te danken heeft? Hoe moet je leven in een maatschappij waarin voorgehouden wordt, dat het neoliberale kapitalisme met haar grenzeloze groei, haar concurrentie en haar winststreven de enige mogelijke en vooral de enige realistische samenlevingsvorm is? Hoe moet je leven in een maatschappij waarin er, in de woorden van Margaret Thatcher, geen alternatief is?

In zo’n maatschappij heb ik feministische theologie broodnodig. Ik vind in feministische theologie de moed om te leren leven voorbij de onverschilligheid, ik vind er de kracht om niet toe te geven aan de moedeloosheid. Ik pleit voor een feministisch perspectief dat bevrijding niet definieert als gelijkheid verwerven met de heersende klasse, maar dat het maatschappelijke kader waarin mannen en vrouwen zich bewegen in vraag durft te stellen.

Dit feministisch perspectief, dat schatplichtig is aan de rijke traditie van zwart feminisme, zoekt naar verbanden tussen verschillende vormen van discriminatie. Dit feministisch perspectief leert mij dat mijn identiteit gevormd wordt op het kruispunt van verschillende assen van betekenisgeving, zoals gender, etniciteit, klasse, seksualiteit, nationaliteit. Deze assen bepalen elkaar, komen gelijktijdig tot stand. Dat betekent bijvoorbeeld dat mijn vrouw-zijn steeds bepaald wordt door mijn middenklassepositie en mijn witte etnische positie. Het betekent dat iederéén gesitueerd is op die verschillende assen en de eraan verbonden machtspositie.

Ook mannen hebben een genderpositie, ook witte mensen zijn gesitueerd als het over etniciteit gaat. …Het verzet dat witte christelijke middenklasse vrouwen in onze samenleving te ontwikkelen hebben, toont zich dan als een voortdurend proces van bewustwording, steeds geïnspireerd door die anderen in minder machtige posities.

Deze bewustwording, die zowel een socio-politiek als een persoonlijk proces is, is geen doel op zich. (…) Uiteindelijk gaat het om een materiële ommekeer, om het anders verdelen van middelen, rijkdom en kansen, om het leven van een niet-verwoestende levensstijl. Dat uit zich in kleine en grote handelingen: voor welke bank we kiezen, in welke buurt we wonen, met wie we onze tijd doorbrengen, voor welk socio-economisch productiesysteem we willen ijveren…

Er zijn alternatieven! Dat visioen, dat kunnen wij, dat kunnen u en ik, waarmaken.

wat economie met huishouden en met geloven te maken heeft

Vroeger betekende het woord economie ‘goed beheer van een huishouding’. Pas later werd dat staatshuishouding. Economie werd de term voor een steeds ondoorzichtiger financieel bouwwerk dat eigen wetten lijkt te hebben. Geloven in economie werd standaard, met de markt en multi-nationals als ongrijpbare hogere machten, economen als hogepriesters en het gewone volk als nederige gelovigen. De betekenis van economie als goed beheer van de (wereld)huishouding die zorgt voor allen die ertoe behoren en schaarse goederen eerlijk verdeelt, verdween.

Maar er is een kentering: gewone mensen emanciperen zich, stellen kritische vragen bij het geloof in economie, lopen niet meer volgzaam achter de priesters aan, en laten zien dat je ook in andere vormen van economie kunt geloven. Bijzonder aan de synodedag is het genderperspectief: vanuit onze ervaring en positie als vrouwen zullen we flink huishouden en bouwen aan geloven en/in duurzame economie.

(Arine Benschop)

vrouwenwereld, mannenwereld

De banken, waar van geld meer geld gemaakt wordt, zijn een mannenwereld. De thuiszorg, waar basaal huishoudelijk werk gedaan wordt, is een vrouwenwereld. Het zijn twee kanten van onze economie. In de huidige economische crisis zijn de banken, die deze veroorzaakt hebben, gered met publieke middelen en wordt op de thuiszorg drastisch bezuinigd. Dubbel de dupe zijn de vrouwen die werken in de thuiszorg, die hun baan en inkomen kwijtraken en vaak ook degenen zijn die als mantelzorgers de bezuinigingen op moeten vangen. Tegelijk ontstaan steeds meer initiatieven waarbij geld nauwelijks een rol speelt: ruilen en onderling lenen van spullen en vaardigheden, repair cafés, moestuinen etc.
Door het (tijdelijk, periodiek) vastlopen van het systeem waarbij de financiële markten het beleid bepalen en economische groei de norm is, komen waarden en mensbeelden tegenover elkaar te staan. Enerzijds het autonome individu dat streeft naar meer geld en bezit, anderzijds de mens die afhankelijk is van anderen en zinvol wil leven. Dat laatste beeld komt veel meer overeen met christelijke waarden dan het eerste. Het sluit ook beter aan bij de ervaring van veel vrouwen, die nog altijd oververtegenwoordigd zijn in huishoudelijk werk en de zorg (beide zowel betaald en onbetaald).
Duitstalige feministisch theologes als Ina Praetorius hebben de term Weiberwirtschaft (vrouweneconomie) bedacht voor een denken dat de mythes van het gangbare economische denken ontmaskert: de mens als gezond en zelfredzaam, arbeid als oplossing voor alles en geld als enige motor. Daartegenover stellen zij: onlosmakelijke verbondenheid met andere mensen en met de hele schepping, het goede leven en zinvol werk. Bijbelwetenschapster Luise Schottroff benadert de nieuwtestamentische gelijkenissen vanuit een sociaal-economische en genderbewuste analyse. Deze benaderingen vanuit feministische en ecologische theologie bieden volop kansen voor vernieuwing en verduurzaming van economische verhoudingen.

(Trees van Montfoort)